Praktijk voor Complementaire Zorg

Iriscopie maakt onbegrepen en vage klachten meestal zichtbaar

Er is bijna altijd een oorzaak te vinden voor klachten, al is deze geregeld niet voor de hand liggend. Iriscopie biedt een sleutel tot het lezen van iemands persoonlijke medische geschiedenis uit het oog. Lichaam en geest werken samen in een uniek proces. Soms gaat het mis. Dat laten uw ogen zien.

De iris vertelt dit verhaal door middel van de kleuren en de specifieke patronen, die als een vingerafdruk van ieder mens weer anders zijn.
Het genetische patroon van het oog zal in het leven niet veranderen. Zo laat de iris zien wat er erfelijk bepaald is en welke klachten mogelijk kunnen ontstaan.
Geen andere diagnose geeft iemands basisconstitutie zo goed weer. Hierdoor ontstaat er een kans om preventief de zwakke plekken te verzorgen om een negatieve ontwikkeling te voorkomen.

Er worden geen ziektes uit het oog benoemd, maar oorzaken voor ontregeling en het ontstaan van een klachtenpatroon.
In die zin is iriscopie geen simpele methode en zal de beoefenaar ervan, over medische en therapeutische kennis moeten beschikken.

Irisdiagnose wordt het beste uit de praktijk geleerd door vele ogen te onderzoeken. Samenwerking met de reguliere artsen, zou tot optimale behandelresultaten kunnen leiden door bundeling van kennis. Want een combinatie van diagnosemethodes zoals de iriscopie met uitgebreide anamnese afname en regulier bloed/urine/ontlasting onderzoek, echo en scan, geeft meer inzicht in ziektes en een andere kijk op oorzaak en gevolg.

De iris wordt ook wel het regenboogvlies genoemd. In de Griekse mythologie was Iris, de godin van de regenboog en boodschapster van de goden, omdat men de regenboog zag als een ladder of brug tussen hemel en aarde, waarlangs een bode met een bericht kon afdalen.

De iris van mensen onthult inderdaad vele boodschappen over het lichamelijk en geestelijk functioneren van de mens.
Deze informatie is te lezen d.m.v. een irismicroscoop uit het fijne stelsel van vezels, kleuren, vlekken, strepen en gaten van de iris.

Het diagnose stellen gebeurt aan de hand van een iriskaart; de topografie. Dit is een soort landkaart waarop de menselijke organen, zoals nieren, darmen, lever enz. , een bepaalde plaats hebben gekregen.

Nu is de iris verbonden met ieder orgaan, dus met iedere cel van het lichaam door middel van de hersenen en het zenuwstelsel. Via de hersenen en zenuwbanen gaat er informatie vanuit de lichaamscellen naar zenuwen, spieren en bloedvaten van de iris. Daar verandert de spierstructuur van het regenboogvlies, waardoor de typische openingen in de vezels kunnen ontstaan, die de iriscopist als tekens interpreteert.

Het toepassen van irisdiagnose heeft niets met helderziendheid te maken. Het is puur waarnemen van kleur en structuur en weten hoe je die moet interpreteren.
In de tijd van de Chaldeeën, zo’n 1000 jaar voor Chr. werd er reeds in het oog gekeken bij ziekte. Ook de Grieken en Chinezen vonden het bekijken van het oog belangrijk, om relaties aan te tonen van de iris met processen in het lichaam.

Het was de Duitse geneesheer Meyens, die als eerste in 1670 na Chr. een eenvoudige topografiekaart publiceerde maar de Hongaarse arts Ignaz von Péczely is toch wel de belangrijkste grondlegger te noemen van de hedendaagse iriscopie.

Hij schreef in 1873 een verhandeling over zijn ervaring met een uil in zijn kindertijd. Hij was als jonge knul aan het jagen en schoot op een dag een uil aan, waarna hij het dier bij zijn vleugels oppakte. Het dier leefde echter nog en boorde zijn klauw in de pezen van duim en wijsvinger van de jonge Ignaz.
Hij probeerde alles om zich te bevrijden, maar zag uiteindelijk geen andere mogelijkheid meer, dan de poot van de uil te breken, met zijn vrije hand.
Het oog van de uil, aan de zijde van de gebroken poot, vulde zich onmiddellijk met bloed. Hij verpleegde het dier tot het genezen was, maar in het oog bleef een vlek zichtbaar.
Later als arts, ontdekte von Péczely in het oog van een cliënt een soortgelijke vlek, zoals hij in het uilenoog had waargenomen. Vanaf dat moment ging hij zich serieus verdiepen in de iriscopie.

Ik gebruik in mijn praktijk, ook nog een manier om de persoonlijkheid uit het oog te lezen, de z.g. RAYID methode. Ontwikkeld door Denny Johnson die in 1978 met dit model gestart is, na een innerlijke ervaring met diepe betekenis. Hij heeft vele ogen bestudeerd en met grote inzet deze methode tot zelfkennis ontwikkeld. RAYID, wordt in diverse werelddelen met succes gebruikt, door allerlei therapeuten in zeer verschillende beroepen.